Terug naar de inhoudsopgave
0. WAT IS DIT VOOR EEN ESSAY? WAT IS K*R? 1. Niets weten we zó zeker 25-1 als dat we ooit zullen dood gaan. Tegelijk zijn we over niets zó onzeker als over wat daarna komt. Misschien is het niets, misschien leven we op een of andere manier een beetje voort, misschien … - vul maar in. Ieder antwoord is louter een geloofsartikel. Twee dingen staan vast. (a) Zolang mensen meer of minder bewust op aarde leven, hebben ze willen weten of hierna nog iets komt en zo ja wat; maar alle pogingen daartoe hebben tot nu toe gefaald. Dit systematisch negatieve resultaat heeft er toe geleid dat sommigen als geloof of zelfs als dogma belijden dat we nooit iets zullen kunnen weten over dit hierna. (b) Iets heel anders is dat niemand sterft zonder dat anderen daar iets van merken. Deze anderen hebben altijd een of andere herinnering aan de gestorvene. Dat maakt dat je kunt zeggen ‘zolang er iemand is die nog aan je denkt, ben je niet echt dood 35-5’. De thema’s die we hier aan de orde stellen horen tot de intiemste in het leven. Daarom is het niet eenvoudig daarover zó te schrijven dat heel veel mensen bereid zijn het te lezen, Eén manier om zo te schrijven, is om deze thema’s vanuit zeer verschillende gezichtspunten te benaderen en de lezer de gelegenheid te geven telkens opnieuw een gezichtspunt te kiezen 11-1 waar hij zich thuis voelt. Dat doen wij in dit essay. Het bestaat uit 60 hoofdstukken. Ieder hoofdstuk heeft 5 paragrafen. Elke paragraaf is zó geschreven dat je dáár kunt beginnen. Om de samenhang van het essay als geheel aan te geven, verwijzen we met behulp van hyperlinks naar andere hoofdstukken en paragrafen waarin we vanuit een ander gezichtspunt over het zelfde thema schrijven. 2. Ieder antwoord op de vraag of ‘hierná’ nog iets komt is louter een geloofsartikel 14-1. Zo wordt het althans vandaag de dag algemeen geleerd. Er is echter één benadering van de hierná-vraag 42-2 die wèl zekerheid kan geven. Dat is het idee van karma en reïncarnatie. Omdat het de gezochte zekerheid zal kunnen geven, is het een belangrijk idee. We zullen het er daarom veel over hebben. Daarom korten we het af tot k*r. Om te onderzoeken of het idee van k*r 21-1 inderdaad kan leiden tot zekerheid over het hierná moet je over twee eigenschappen beschikken: doorzettingsvermogen en kritische zin. De combinatie kritische zin en doorzettingsvermogen is belangrijk, want veel mensen die geïnteresseerd zijn in k*r maken daar allerlei mooie gedachten bij, maar vergeten zich zelf kritisch te bevragen naar het realiteitsgehalte van die mooie gedachten. Ons essay is in de eerste plaats bedoeld als een tekst waaraan je je kunt oefenen in het vormen van realistische gedachten over karma en reïncarnatie. 3. Is karma en reïncarnatie feit of fictie? 24-1 Als het feit is, zullen we ons daar ooit bewust van worden. Dat laat zich logisch afleiden. De uitspraak ‘karma en reïncarnatie is realiteit maar we weten het niet’, is immers ongerijmd, tegenstrijdig, zinloos. Misschien is k*r feit. Als dat zo is, zullen we dat ooit zeker weten. Dan zullen wij herinneringen hebben aan vorige levens. Anders zullen we, bij uitsluiting, dàt weten. Maar hoe verwerven we die toekomstige zekere kennis over k*r? 4. Misschien is k*r feit, waarheid, realiteit. Dat zullen we dan ooit zeker weten, namelijk doordat we dan herinneringen zullen krijgen aan vorige levens. 15-2 Dat betekent dat reïncarnatie in principe empirisch toetsbaar is. Dat betekent dat we het grootste en moeilijkste probleem van het leven, het oudste probleem waarmee de mens wordt geconfronteerd, de vraag naar ‘gene zijde’ van de dood, met onze zintuigen en ons verstand kunnen gaan benaderen. Hoe gaan we dat doen? Uitgangspunt is dat we nog niet weten wat k*r precies is. Dat klinkt misschien ontmoedigend als start, maar in het wetenschappelijk onderzoek is zo een start-situatie allerminst ongebruikelijk. Er is ook een probate methode om in zo een situatie toch effectief aan het werk te gaan: de methode van de waarheidsvinding volgens Socrates. Die is goed bruikbaar als je iets zoekt waarvan je nog niet precies weet wat het is. Hij houdt in dat je in je verbeelding een voorstelling vormt van wat je zoekt. Dat ga je dan zoeken. Als je dat met doorzettingsvermogen en kritische zin doet, mag je erop vertrouwen dat je al zoekende een zintuig vormt waarmee je ofwel datgene wat je zoekt vindt ofwel kunt vaststellen dat het niet bestaat zodat je kunt stoppen met zoeken. De tweede stap is samengevat in de titel van dit essay. Als je dood gaat ben je nog niet echt dood zolang er iemand is die nog aan je denkt. Over één aspect van het hierná hebben we namelijk wèl zekerheid. We leven na onze dood voort in de herinnering van de levenden die ons tijdens ons leven gekend hebben. Op zich is dat niets nieuws. Opmerkingen van deze strekking hoor en lees je vaak, onder meer in overlijdensberichten. Wèl nieuw is de duiding die wij geven aan dit voortleven 28-3 in de herinnering van anderen in verband met k*r. In verband met k*r is dit voortleven van de gestorvene in de herinnering van anderen absoluut concreet. Om dit aan te geven benoem ik dit voortleven in anderen in een nieuw begrip: perifere identiteit. De reïncarnatie van een gestorvene begint met zijn voortleven in zijn perifere identiteit. 5. Is k*r feit of fictie, waarheid of bedenksel, realiteit of verzinsel?’. Iedereen heeft zijn eigen antwoord. Sommigen geloven er in, anderen wijzen het af, weer anderen twijfelen, zeggen ‘ik weet het niet’ of zijn onverschillig. Maar als k*r feit is, gaat het iedereen aan. Dan zijn geloof, afwijzing, twijfel en onverschilligheid niet relevant. Om de vraag te kunnen beantwoorden of k*r feit of fictie is, is het zinvol dat k*r een vaste plaats krijgt in het publieke debat. 38-3 Om dat te bevorderen is het zinvol k*r vanuit zo veel mogelijk verschillende gezichtspunten te onderzoeken. Dat levert een kaleidoscopisch beeld op; associaties en argumenten vóór en tégen (1-2) tuimelen over elkaar heen. Om dit kaleidoskopische beeld ordening te geven is het essay à permutations een geschikte vorm. Een ‘essay à permutations’ is een tekst die is georganiseerd in een aantal onderdelen die in elke volgorde die de lezer zelf geschikt vindt, gelezen kunnen worden, en telkens een consistent essay oplevert. Ons essay bestaat uit 300 paragrafen verdeeld over zestig hoofdstukken genummerd van 0, deze Inleiding, via 1. Aanleiding, tot en met 59. Zondvloed. Hoofdstuk 60 is het register. Er is een speciale aanleiding om dit essay deze vorm te geven. Alleen al het idee van karma en reïncarnatie roept bij verschillende mensen essentieel verschillende reacties op. De ene mens oordeelt er instinctief zùs over en brengt het zonder enige reflectie in verband met dìt, een ander vindt meteen dat het zó is en associeert het spontaan aan dàt. Iedereen zou er zijn eigen essay over moeten hebben, en daartoe leent zich bij uitstek de vorm à permutations. Reken maar uit: we bespreken k*r en werken onze stelling uit in 300 paragrafen die in 300 ! (‘driehonderd Faculteit’) = ‘300 x 299 x 298 x ... 4 x 3 x 2 x 1 volgordes tot telkens één consistent essay geordend kunnen worden. Alleen al die rekensom levert ruim 4 x 10416 verschillende essays op: onvoorstelbaar veel meer dan nodig zou zijn om iedereen die Nederlands kan lezen zijn eigen essay te geven.
0. WAT IS DIT VOOR EEN ESSAY? WAT IS K*R?
1. Niets weten we zó zeker 25-1 als dat we ooit zullen dood gaan. Tegelijk zijn we over niets zó onzeker als over wat daarna komt. Misschien is het niets, misschien leven we op een of andere manier een beetje voort, misschien … - vul maar in. Ieder antwoord is louter een geloofsartikel.
Twee dingen staan vast. (a) Zolang mensen meer of minder bewust op aarde leven, hebben ze willen weten of hierna nog iets komt en zo ja wat; maar alle pogingen daartoe hebben tot nu toe gefaald. Dit systematisch negatieve resultaat heeft er toe geleid dat sommigen als geloof of zelfs als dogma belijden dat we nooit iets zullen kunnen weten over dit hierna. (b) Iets heel anders is dat niemand sterft zonder dat anderen daar iets van merken. Deze anderen hebben altijd een of andere herinnering aan de gestorvene. Dat maakt dat je kunt zeggen ‘zolang er iemand is die nog aan je denkt, ben je niet echt dood 35-5’.
De thema’s die we hier aan de orde stellen horen tot de intiemste in het leven. Daarom is het niet eenvoudig daarover zó te schrijven dat heel veel mensen bereid zijn het te lezen, Eén manier om zo te schrijven, is om deze thema’s vanuit zeer verschillende gezichtspunten te benaderen en de lezer de gelegenheid te geven telkens opnieuw een gezichtspunt te kiezen 11-1 waar hij zich thuis voelt. Dat doen wij in dit essay. Het bestaat uit 60 hoofdstukken. Ieder hoofdstuk heeft 5 paragrafen. Elke paragraaf is zó geschreven dat je dáár kunt beginnen. Om de samenhang van het essay als geheel aan te geven, verwijzen we met behulp van hyperlinks naar andere hoofdstukken en paragrafen waarin we vanuit een ander gezichtspunt over het zelfde thema schrijven.
2. Ieder antwoord op de vraag of ‘hierná’ nog iets komt is louter een geloofsartikel 14-1. Zo wordt het althans vandaag de dag algemeen geleerd.
Er is echter één benadering van de hierná-vraag 42-2 die wèl zekerheid kan geven. Dat is het idee van karma en reïncarnatie. Omdat het de gezochte zekerheid zal kunnen geven, is het een belangrijk idee. We zullen het er daarom veel over hebben. Daarom korten we het af tot k*r.
Om te onderzoeken of het idee van k*r 21-1 inderdaad kan leiden tot zekerheid over het hierná moet je over twee eigenschappen beschikken: doorzettingsvermogen en kritische zin. De combinatie kritische zin en doorzettingsvermogen is belangrijk, want veel mensen die geïnteresseerd zijn in k*r maken daar allerlei mooie gedachten bij, maar vergeten zich zelf kritisch te bevragen naar het realiteitsgehalte van die mooie gedachten. Ons essay is in de eerste plaats bedoeld als een tekst waaraan je je kunt oefenen in het vormen van realistische gedachten over karma en reïncarnatie.
3. Is karma en reïncarnatie feit of fictie? 24-1 Als het feit is, zullen we ons daar ooit bewust van worden. Dat laat zich logisch afleiden. De uitspraak ‘karma en reïncarnatie is realiteit maar we weten het niet’, is immers ongerijmd, tegenstrijdig, zinloos.
Misschien is k*r feit. Als dat zo is, zullen we dat ooit zeker weten. Dan zullen wij herinneringen hebben aan vorige levens. Anders zullen we, bij uitsluiting, dàt weten. Maar hoe verwerven we die toekomstige zekere kennis over k*r?
4. Misschien is k*r feit, waarheid, realiteit. Dat zullen we dan ooit zeker weten, namelijk doordat we dan herinneringen zullen krijgen aan vorige levens. 15-2 Dat betekent dat reïncarnatie in principe empirisch toetsbaar is. Dat betekent dat we het grootste en moeilijkste probleem van het leven, het oudste probleem waarmee de mens wordt geconfronteerd, de vraag naar ‘gene zijde’ van de dood, met onze zintuigen en ons verstand kunnen gaan benaderen. Hoe gaan we dat doen?
Uitgangspunt is dat we nog niet weten wat k*r precies is. Dat klinkt misschien ontmoedigend als start, maar in het wetenschappelijk onderzoek is zo een start-situatie allerminst ongebruikelijk. Er is ook een probate methode om in zo een situatie toch effectief aan het werk te gaan: de methode van de waarheidsvinding volgens Socrates. Die is goed bruikbaar als je iets zoekt waarvan je nog niet precies weet wat het is. Hij houdt in dat je in je verbeelding een voorstelling vormt van wat je zoekt. Dat ga je dan zoeken. Als je dat met doorzettingsvermogen en kritische zin doet, mag je erop vertrouwen dat je al zoekende een zintuig vormt waarmee je ofwel datgene wat je zoekt vindt ofwel kunt vaststellen dat het niet bestaat zodat je kunt stoppen met zoeken.
De tweede stap is samengevat in de titel van dit essay. Als je dood gaat ben je nog niet echt dood zolang er iemand is die nog aan je denkt. Over één aspect van het hierná hebben we namelijk wèl zekerheid. We leven na onze dood voort in de herinnering van de levenden die ons tijdens ons leven gekend hebben. Op zich is dat niets nieuws. Opmerkingen van deze strekking hoor en lees je vaak, onder meer in overlijdensberichten. Wèl nieuw is de duiding die wij geven aan dit voortleven 28-3 in de herinnering van anderen in verband met k*r. In verband met k*r is dit voortleven van de gestorvene in de herinnering van anderen absoluut concreet. Om dit aan te geven benoem ik dit voortleven in anderen in een nieuw begrip: perifere identiteit. De reïncarnatie van een gestorvene begint met zijn voortleven in zijn perifere identiteit.
5. Is k*r feit of fictie, waarheid of bedenksel, realiteit of verzinsel?’. Iedereen heeft zijn eigen antwoord. Sommigen geloven er in, anderen wijzen het af, weer anderen twijfelen, zeggen ‘ik weet het niet’ of zijn onverschillig. Maar als k*r feit is, gaat het iedereen aan. Dan zijn geloof, afwijzing, twijfel en onverschilligheid niet relevant. Om de vraag te kunnen beantwoorden of k*r feit of fictie is, is het zinvol dat k*r een vaste plaats krijgt in het publieke debat. 38-3 Om dat te bevorderen is het zinvol k*r vanuit zo veel mogelijk verschillende gezichtspunten te onderzoeken. Dat levert een kaleidoscopisch beeld op; associaties en argumenten vóór en tégen (1-2) tuimelen over elkaar heen. Om dit kaleidoskopische beeld ordening te geven is het essay à permutations een geschikte vorm.
Een ‘essay à permutations’ is een tekst die is georganiseerd in een aantal onderdelen die in elke volgorde die de lezer zelf geschikt vindt, gelezen kunnen worden, en telkens een consistent essay oplevert. Ons essay bestaat uit 300 paragrafen verdeeld over zestig hoofdstukken genummerd van 0, deze Inleiding, via 1. Aanleiding, tot en met 59. Zondvloed. Hoofdstuk 60 is het register.
Er is een speciale aanleiding om dit essay deze vorm te geven. Alleen al het idee van karma en reïncarnatie roept bij verschillende mensen essentieel verschillende reacties op. De ene mens oordeelt er instinctief zùs over en brengt het zonder enige reflectie in verband met dìt, een ander vindt meteen dat het zó is en associeert het spontaan aan dàt. Iedereen zou er zijn eigen essay over moeten hebben, en daartoe leent zich bij uitstek de vorm à permutations. Reken maar uit: we bespreken k*r en werken onze stelling uit in 300 paragrafen die in 300 ! (‘driehonderd Faculteit’) = ‘300 x 299 x 298 x ... 4 x 3 x 2 x 1 volgordes tot telkens één consistent essay geordend kunnen worden. Alleen al die rekensom levert ruim 4 x 10416 verschillende essays op: onvoorstelbaar veel meer dan nodig zou zijn om iedereen die Nederlands kan lezen zijn eigen essay te geven.